
Wie als specialist een ochtend poli draait, ziet in een paar uur van alles voorbijkomen: een nieuwe verwijzing, drie controles van verschillende aandoeningen, een patiënt die tussendoor belt, en daaromheen de administratie. Elke patiënt krijgt aandacht, maar niemand krijgt een zorgpad dat helemaal op hem is ingericht. Een focuskliniek draait dat om.
Een focuskliniek is een poliklinische kliniek die zich richt op één aandoening of een kleine groep verwante aandoeningen. Eén vast team behandelt die patiënten volgens één protocol en meet de uitkomsten. Doordat alles op die ene groep is ingericht, kan de zorg sneller, beter en met minder overhead dan op een algemene poli.
Wij geloven dat veel chronische zorg zo beter kan: sneller voor de patiënt en prettiger werken voor de specialist. Daarom bouwen we bij Seeve precies dit soort klinieken. Nieuw is het idee overigens niet. Hieronder lees je waar het vandaan komt, hoe een focuskliniek verschilt van een ziekenhuispoli en een zelfstandig behandelcentrum, en waar het model wel en niet werkt.
Waar het idee vandaan komt
Focus in de zorg is geen nieuw idee. Shouldice Hospital in Canada doet al sinds 1945 niets anders dan breuken in de buikwand herstellen. De chirurgen daar opereren er elk zo’n vijftien tot twintig per week, en Shouldice heeft een van de laagste recidiefpercentages ter wereld.
In 1974 gaf Harvard-hoogleraar Wickham Skinner het principe een naam: de “focused factory”. Een fabriek die te veel producten en markten tegelijk bedient, presteert slechter dan een fabriek die zich op een beperkt aantal richt. Regina Herzlinger, ook van Harvard, paste dat eind jaren negentig toe op de zorg. Zij beschreef teams rond één chronische aandoening, met alle disciplines die die patiënt nodig heeft bij elkaar. Haar voorbeeld was diabetes: internist, cardioloog, podotherapeut en leefstijlbegeleiding in één team.
In de praktijk is focus tot nu toe vooral toegepast op ingrepen. In Nederland zie je dat bij ZBC’s voor staar, knieën of spataderen. Daar draait focus vooral om één ding: een dure OK en een duur team zo goed mogelijk benutten.
Wij geloven dat de grootste winst juist zit bij chronische poliklinische zorg, waar Herzlinger het al over had. Daar draait het minder om pure productie en meer om een goed ingericht zorgpad, een vast team en goede opvolging, vaak jarenlang. Dat is voor ons de kern: de zorg wordt ingericht rond de patiëntgroep en de specialist die die groep het beste kent, niet rond een dure OK die zo vol mogelijk gepland moet worden.
Focuskliniek, ZBC of ziekenhuispoli?
Juridisch is een zelfstandige focuskliniek in Nederland meestal gewoon een zelfstandig behandelcentrum (ZBC), met een eigen Wtza-vergunning en AGB-code. Het verschil zit in hoe de kliniek is ingericht en voor welke patiënt.
| Ziekenhuispoli | ZBC (klassiek) | Focuspoli in ziekenhuis | Zelfstandige focuskliniek | |
|---|---|---|---|---|
| Richt zich op | Alle patiënten van een specialisme | Planbare ingrepen | Eén aandoening, binnen het ziekenhuis | Eén aandoening of een kleine groep |
| Typische zorg | Breed, van eenvoudig tot complex | Staar, knie, spataderen, scopie | Bijvoorbeeld reflux of PDS | Chronische zorg: diagnose, behandeling en controles |
| Overhead | Hoog, ingericht op acute en complexe zorg | Laag tot gemiddeld | Die van het ziekenhuis | Laag |
| Team | Wisselend, afhankelijk van rooster | Chirurg plus ondersteuning | Vast team binnen de vakgroep | Vast team: specialist, PA’s, basisartsen, verpleegkundigen |
Een voorbeeld van de derde kolom is Medisch Spectrum Twente, met focuspoli’s voor reflux en prikkelbaar darmsyndroom.
Bron: Medisch Spectrum Twente, wachttijden MDL en FocusPoli.
Dat laat zien dat focus binnen een ziekenhuis al werkt. Ook buiten het ziekenhuis is er onderbouwing. Studies vergeleken zelfstandige klinieken met ziekenhuizen bij dezelfde behandelingen.
Bron: vergelijkende studies naar zelfstandige klinieken en ziekenhuizen (2022). Een literatuurstudie van de IGJ (2022) vond de kwaliteit bij ZBC's niet beter dan in ziekenhuizen, maar ook niet aannemelijk slechter.
Die studies gaan over ingrepen. Voor chronische zorg zijn zulke vergelijkingen er nog nauwelijks, en dat is precies waar wij naar kijken. Een zelfstandige focuskliniek doet hetzelfde als de focuspoli, maar zonder de overhead van een ziekenhuis en met meer ruimte om het zorgpad en de systemen eromheen zelf in te richten. Dat is ook waarom we denken dat het juist buiten het ziekenhuis goed kan werken: de specialist bepaalt hoe de zorg eruitziet, en de rest is daarop ingericht. En het gaat ons nadrukkelijk om de zorg die nu tussen wal en schip valt: de patiënt met een chronische aandoening en jarenlange controles, waar ziekenhuizen moeilijk ruimte voor vinden en zelfstandige klinieken zich tot nu toe nauwelijks op richten. Zo nemen we werk over dat het ziekenhuis echt ontlast, in plaats van de eenvoudige ingrepen die het zelf ook goed kan.
Voor welke aandoeningen werkt het?
Ik denk dat het model het best werkt als een aandoening aan vier kenmerken voldoet:
- Poliklinisch. De zorg vraagt weinig of geen OK, opname of zware apparatuur. Waar een stap in het zorgpad wel ziekenhuisgebonden is, moet die goed te regelen zijn met een ziekenhuis in de buurt.
- Chronisch of langdurig. Patiënten blijven jaren in zorg, met vaste controles. Daar levert een vast team en een goed zorgpad het meeste op.
- Genoeg volume. Er zijn genoeg patiënten om een team helemaal op die ene groep in te richten.
- Een duidelijk protocol. Er is een richtlijn of behandellijn die zich laat vastleggen, zodat taken goed te verdelen zijn over specialist, PA en basisarts.
Voorbeelden die aan die kenmerken voldoen zijn onder meer inflammatoire darmziekten, ontstekingsreuma, osteoporose, slaapstoornissen en overgangsklachten.
Er zijn ook grenzen, en die zijn belangrijk. Patiënten met veel aandoeningen tegelijk hebben juist een generalist nodig die het overzicht houdt; die horen niet versnipperd te raken over vijf focusklinieken. En een focuskliniek die alleen de eenvoudige patiënten kiest en de rest terugstuurt, maakt het ziekenhuis niet lichter maar zwaarder. Goede afspraken met ziekenhuizen en huisartsen over wie waar terechtkomt, horen daarom bij het model.
Herken je in je eigen vak een aandoening die hieraan voldoet, en zie je hoe het beter kan? Dan hoor ik graag van je. Bij Seeve bouwen we klinieken rond één aandoening, met de specialist aan het roer en ons platform voor al het andere. Mail me gerust via maarten@seeve.ai.
Veelgestelde vragen
Wat is een focuskliniek? Een poliklinische kliniek die zich richt op één aandoening of een kleine groep verwante aandoeningen, met een vast team, één protocol en gemeten uitkomsten.
Wat is het verschil tussen een focuskliniek en een ZBC? Een zelfstandige focuskliniek is juridisch meestal een ZBC. Klassieke ZBC’s richten zich vooral op planbare ingrepen. Een focuskliniek richt zich op de hele zorg voor één aandoening, vaak chronische zorg met jarenlange controles.
Wat is een focuspoli? Een poli binnen een ziekenhuis die zich op één aandoening richt, zoals de focuspoli’s voor reflux en PDS van Medisch Spectrum Twente.
Waar komt het idee vandaan? Uit het concept van de “focused factory” van Wickham Skinner (Harvard Business Review, 1974), later door Regina Herzlinger toegepast op de zorg.
Voor welke aandoeningen is een focuskliniek geschikt? Voor aandoeningen die vooral poliklinisch worden behandeld, langdurig in zorg blijven, genoeg patiënten hebben en een duidelijk protocol kennen.
Bronnen
- SAGE Encyclopedia of Health Services Research, Focused factories (over Skinner, Herzlinger en Shouldice)
- INSEAD Knowledge, How focused factories deal with disruption
- Health Affairs, bespreking van Herzlinger, Market-Driven Health Care (1997)
- Medisch Spectrum Twente, wachttijden MDL en FocusPoli
- Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, literatuurstudie kwaliteit van zorg in ZBC’s (2022)
- MedPAC, getuigenis over specialty hospitals voor de Amerikaanse Senaat (mei 2005)
- KFF Health News over de BMJ-studie naar artsen-eigendom van ziekenhuizen (september 2015)



