Naar de inhoud
Alle artikelen

Waarom de chronische patiënt het langst wacht

Door Joost van Houten · · 7 min lezen

De rand van een kwelder bij eb, met geulen in het slik

Patiënten wachten in Nederland steeds langer op een eerste afspraak bij de specialist: gemiddeld 42 dagen in 2025, een toename van 24% ten opzichte van 2022. Het langst wachten patiënten bij specialismen waar veel chronische zorg zit, zoals maag-darm-leverziekten, reumatologie, gynaecologie en neurologie. De oorzaak zit vooral in hoe we in Nederland poliklinische zorg organiseren en betalen, en veel minder in verschillen tussen ziekenhuizen en hun specialisten. De afgelopen maanden hebben we de wachttijden per specialisme en per aandoening geanalyseerd en veel gesprekken gevoerd met specialisten. Hieronder staat wat we zien en waarom ik denk dat dit beter kan.

Hoe lang wachten patiënten op de poli?

De afspraak in de zorg is dat een patiënt binnen vier weken een eerste polibezoek heeft. Dat is de Treeknorm. Volgens een analyse van ANP op NZa-data lag in 2025 iets meer dan de helft van de wachttijden boven die vier weken. In 2022 was dat nog ongeveer 45%. De gemiddelde wachttijd steeg in diezelfde periode naar 42 dagen.

Dat gemiddelde verbergt echter grote verschillen tussen specialismen. Dit jaar hebben we de opgegeven toegangstijden van ziekenhuizen per specialisme verzameld, via de NZa-wachttijden op ZorgkaartNederland en de wachttijdpagina’s van ziekenhuizen zelf:

Vier van de zes specialismen zitten ruim boven de TreeknormMediane wachttijd tot het eerste polibezoek, in weken
Maag-darm-lever13,9 wk66 ziekenhuizen
Reumatologie12,1 wk18 ziekenhuizen
Gynaecologie10,4 wk69 ziekenhuizen
Neurologie9,5 wk20 ziekenhuizen
Dermatologie6,6 wk19 ziekenhuizen
Longziekten4,6 wk20 ziekenhuizen

Bron: Seeve, inventarisatie via NZa-wachttijden op ZorgkaartNederland en wachttijdpagina's van ziekenhuizen (2026). Voor reumatologie, neurologie, dermatologie en longziekten een steekproef van 18 tot 20 ziekenhuizen.

Vier van deze zes specialismen zitten ruim boven de Treeknorm. Independer kwam eind 2024 op basis van NZa-data tot hetzelfde beeld: bij 86% van de MDL-poli’s en 80% van de neurologiepoli’s lag de wachttijd boven de norm.

En de eerste afspraak is vaak nog maar het begin. Bij migraine wacht een patiënt na de neuroloog nog op de hoofdpijnpoli en daarna op een behandeling die aanslaat. Voor overgangsklachten vonden we meerdere menopauzepoli’s die tijdelijk geen nieuwe verwijzingen aannamen. Voor een patiënt met een chronische aandoening is de tijd tot een behandeling die werkt de wachttijd die echt telt.

Waarom juist de chronische patiënt?

Er zijn drie oorzaken die elkaar versterken.

Het ziekenhuis is gebouwd voor ander werk dan chronische zorg. Een ziekenhuis is een groot systeem, met veel verschillende specialisaties, een spoedeisende hulp, operatiekamers, opnamebedden en dure apparatuur. Dit is heel relevant voor acute en complexe zorg: spoedhulp, operaties, opnames en ingewikkelde diagnostiek. Dat is precies de zorg die alleen een ziekenhuis kan leveren, en daar is de organisatie op ingericht. Een patiënt met reuma, IBD of migraine heeft vooral een vast team nodig, goede controles en snel contact als het slechter gaat. Die zorg krijgt in een ziekenhuis dezelfde overhead mee, terwijl ze er weinig van gebruikt.

De bekostiging beloont ingrepen. Een operatie of scopie levert een ziekenhuis meer op dan een reeks vervolgconsulten. Ziekenhuizen maken daarnaast met verzekeraars afspraken over een maximale omzet. Als het budget vastligt, concurreren de controles van chronische patiënten met al het andere werk om dezelfde uren. Ook groepen van zelfstandige behandelcentra zijn vaak rond ingrepen gebouwd, zoals staar, knieën en spataderen. Voor de chronische patiënt op de poli is er nu beperkt alternatief.

Dat zie je terug in de cijfers. We hebben voor ruim 1.500 diagnoses, samen 9,5 miljoen patiënten, de vergoeding per patiënt naast de wachttijd gelegd.

Chronische zorg levert per patiënt bijna de helft minder op, en patiënten wachten 1,6 keer zo langChronische tegenover operatieve diagnoses, gewogen naar patiënten
Vergoeding per patiëntschaal €0–2.000
~€1.640~€920
Wachttijd eerste polibezoekschaal 0–8 weken
4,7 wk7,5 wk
Stijging wachttijd per jaarschaal 0–14%
+6%+12%

Bron: analyse Seeve op NZa Open DIS 2024 en NZa-wachttijden per ziekenhuislocatie (januari 2025 tot oktober 2026): 1.513 diagnoses en 9,5 miljoen patiënten, zonder oncologie, acute zorg en trauma. Vergoeding = omzet per patiënt, geen marge. De wachttijd is gemeten per subspecialisme, niet per diagnose; de stijging gaat over januari 2025 tot oktober 2026. Chronisch = minder dan 5 operaties per 100 patiënten; operatief = 20 of meer. Dit is een samenhang, geen bewezen oorzaak.

Kijk je per soort zorg naar wat die nodig heeft en wie hem nu levert, dan wordt zichtbaar waarom de chronische patiënt geen eigen plek heeft.

Ingrepen passen in het ziekenhuis, chronische zorg nietZBC-ketens richten zich door de hogere vergoeding vooral op ingrepen
Wat de zorg nodig heeftIngrepenOK, anesthesie, opnamebedden en apparatuur, met specialisten die dit dagelijks doen
Beste plekZiekenhuisDe infrastructuur en expertise zijn er al; de overhead is erop ingericht
Wie het nu doetZBC-ketensVooral de best betaalde, eenvoudige ingrepen
Wat de zorg nodig heeftChronische zorgEen vast team, vervolgcontact en monitoring op afstand; weinig apparatuur en geen OK
Beste plekFocuskliniekEén aandoening, lage overhead, software voor het routinewerk
Wie het nu doetGeen eigen plekHoge overhead en lage prioriteit; weinig partijen die zich erop richten

Bron: analyse Seeve op NZa Open DIS 2024 en wachttijden 2025–26; analyse van ZBC-ketens (2026).

Er bestaat een hardnekkig beeld dat ziekenhuizen deze zorg graag zelf willen houden. De cijfers laten iets anders zien. De chronische patiënt krijgt binnen het ziekenhuis niet de aandacht die hij nodig heeft, en juist daar lopen de wachttijden het hardst op. Specialisten willen deze patiënten wel goed helpen, maar binnen het budget en de uren van een ziekenhuis gaat de ruimte eerst naar acute zorg en ingrepen.

De vraag groeit sneller dan de capaciteit. Het aantal 65-plussers stijgt volgens het CBS van 3,8 miljoen in 2025 naar 4,8 miljoen in 2040. Het RIVM verwacht dat het aantal mensen met drie of meer chronische aandoeningen groeit van 3,3 miljoen in 2022 naar 4,3 miljoen in 2050. Tegelijk loopt het tekort aan zorgpersoneel op naar bijna 266.000 mensen in 2034, ongeveer vier keer zo veel als nu. Nieuwe behandelingen maken het beeld nog scherper. Een middel dat alleen een specialist mag voorschrijven, met verplichte controles, haalt patiënten die eerder bij de huisarts bleven naar de poli. Dat lijkt goed nieuws voor die patiënten, maar de capaciteit groeit niet mee.

De vraag groeit, het aantal handen niet
+26%65-plussers, van 3,8 naar 4,8 miljoen (2025–2040)
+30%mensen met drie of meer chronische aandoeningen, van 3,3 naar 4,3 miljoen (2022–2050)
4×zo groot tekort aan zorgpersoneel in 2034: bijna 266.000 mensen

Bron: CBS, Kernprognose 2025–2070; RIVM, Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2024; prognose Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (december 2024).

Wat het wachten kost

Voor de patiënt is het duidelijk. Wie maanden wacht op een reumatoloog of MDL-arts, heeft in die tijd vaak klachten, werkt minder of zit thuis. Dat raakt ook de werkgever: een verzuimdag kost gemiddeld €350 tot €400. Bij een chronische aandoening kan uitstel ook schade veroorzaken die later moeilijk te herstellen is.

Voor de specialist leveren de wachttijden ook problemen op. In veel gesprekken hoorden we hetzelfde: de agenda zit vol met controles, er is weinig ruimte voor nieuwe patiënten en een flink deel van de dag gaat naar verslaglegging en administratie. Wie de zorg voor zijn aandoening anders zou willen inrichten, heeft daar binnen de bestaande structuur vaak geen tijd of ruimte voor.

En de huisarts ziet patiënten langer, terwijl die eigenlijk bij de specialist horen. Zo schuift het wachten ook door naar de rest van de keten.

Wat zou helpen

Wij denken dat de oplossing begint bij een gefocuste kliniek die rond één chronische aandoening is georganiseerd. Eén team dat een groep patiënten goed kent, één protocol, en uitkomsten die je meet en verbetert. Dat is geen nieuw idee. Ziekenhuizen doen het zelf al op kleine schaal, en met resultaat. Medisch Spectrum Twente heeft bijvoorbeeld een focuspoli voor reflux en voor prikkelbaar darmsyndroom met een wachttijd van drie weken, tegen twaalf weken voor de algemene MDL-poli.

Ook zelfstandige klinieken laten dat verschil al zien. Over alle specialismen heen wacht een patiënt in een kliniek ongeveer een derde van de tijd die hij in het ziekenhuis wacht.

In een zelfstandige kliniek wacht een patiënt bijna drie keer korterMediane wachttijd tot het eerste polibezoek. Elk vakje is één dag, elke rij één week.
Ziekenhuis35 dagen
Zelfstandige kliniek13 dagen

Bron: NZa-wachttijden via ZorgkaartNederland (2026), mediaan over alle specialismen. Klinieken doen gemiddeld eenvoudigere zorg, dus de vergelijking is niet één op één.

Wat zo’n model sterk maakt:

  • Focus. Een vast zorgpad voor één aandoening maakt elke stap voorspelbaar, van intake tot controle.
  • Een team met de juiste rolverdeling. Basisartsen doen een groot deel van de controles, onder supervisie van de specialist. De specialist houdt tijd over voor de patiënten die haar echt nodig hebben.
  • Software voor het routinewerk. Intake, verslaglegging, planning en declaratie kunnen grotendeels geautomatiseerd. De arts beslist en tekent af.
  • Zorg op afstand waar het kan. Veel vervolgcontacten kunnen via video of met metingen thuis.

Veel van deze zorg heeft geen operatiekamer of opnamebed nodig. Ze past juist beter buiten het ziekenhuis, in een kleine kliniek met lage overhead. Het ziekenhuis houdt zo ruimte voor het complexe en acute werk dat alleen daar kan. Wij zien dat als samenwerking, niet als concurrentie: dezelfde specialisten, dezelfde verwijzers, met elk een eigen rol. Een kliniek die deze zorg oppakt, neemt het ziekenhuis niets af wat het zelf wil houden. Ze maakt juist ruimte vrij voor het werk waar het ziekenhuis voor gebouwd is.

Als specialist vraag je je misschien af: welke patiënten in mijn agenda zouden beter af zijn met een eigen zorgpad, en wat zou ik nodig hebben om dat te bouwen? Daar zijn we bij Seeve mee bezig. Herken je dit in je eigen vakgebied, dan hoor ik graag van je via joost@seeve.ai.

Bronnen

Neem contact op

Vertel kort wie je bent en waar je over wilt praten, dan nemen we contact met je op.

Ik ben

We gebruiken je gegevens alleen om op je bericht te reageren. Privacyverklaring